Kerkuil, Tyto alba
L. 33-39 cm SW. 85-93 cm De kerkuil is een echte vogel van de boerenerven met daarom heen oude bomen. De Engelse naam Barn owl ( barn=schuur) is dan ook passender dan onze benaming van kerkuil. De kerkuil broedt vaak in speciaal daarvoor gebouwde kasten in boerenschuren. Strenge winters zijn slecht voor het kerkuilenbestand. Na de winter van 1978/1979 waren er in Nederland nog zo'n 150 broedparen. Een speciaal project t.b.v. de kerkuil leidde ertoe dat dit aantal in 1998 was gestegen tot ruim 1200 broedparen. Ook in Twente is aan dit project meegedaan en niet zonder succes. De kerkuil is een standvogel en zwerft alleen bij voedselgebrek. Juveniele exemplaren zwerven in het eerste jaar. De kerkuil voedt zich vooral met spitsmuizen en kleine knaagdieren. De jachtmethode ( laagvliegend) is er de oorzaak van dat er veel kerkuilen in het verkeer omkomen.
Het aantal jonge kerkuilen is zoals bij veel vogels sterk afhankelijk van het voedsel aanbod. Eens in de drie jaar is de muizenpopulatie op een maximum en het zijn vooral die jaren dat de kerkuilenstand een geweldige impuls krijgt. Het jaar 1999 was zo'n "muizenjaar "en het gemiddelde aantal geringde kerkuilen per nestkast in de gemeente Losser lag op 5,6. Broedresultaten kerkuil ( nestkasten in het werkgebied van de vogelwerkgroep Losser )
Het achtergrondgeluid is afkomstig van de Elmar CD-rom "Vogels in Europa" Verspreidingskaart is afkomstig van "Vogels van Europa cd-rom" , ETI, Universiteit van Amsterdam www.eti.uva.nl
|